
Champions League - PSG en Inter bikkelen zaterdag om Beker met de grote oren

Een onverwachte en onuitgegeven finale, die aan het begin van dit seizoen zeker niet voorspeld was. In de nieuwe League Phase duurde het een tijdje vooraleer de Parijzenaars op toerental kwamen. Na nederlagen tegen Arsenal, Atlético en Bayern werd er zelfs even met de uitschakeling geflirt, maar overwinningen tegen Red Bull Salzburg, Stuttgart en Manchester City zorgden ervoor dat PSG de groepsfase toch overleefde. Nadien gingen de prestaties in stijgende lijn, mede dankzij de komst van de Georgiër Kvicha Kvaratskhelia.
Architect van het succes is de Spaanse coach Luis Enrique. Met Kylian Mbappé, Lionel Messi en Neymar zijn de grootste sterren intussen vertrokken uit de Franse hoofdstad, maar collectief staat PSG sterker dan ooit. Eerder dit seizoen wonnen ze al titel en Beker, waardoor ze in Duitsland op zoek gaan naar de treble en hun eerste eindzege ooit op het kampioenenbal. Vijf jaar geleden waren ze er in het COVID-jaar heel dichtbij, maar verloren ze in augustus in Lissabon de finale van Bayern München met het kleinste verschil. Dat was meteen de eerste keer dat PSG in de finale stond. Op een Franse eindzege in de Champions League is het al sinds 1993 wachten. Toen won het Olympique Marseille van Raymond Goethals in München de finale van AC Milan.



